|
|
|
KosmogonieEwiges Firmament, Du blauer Sammet! Wie! oder wären Oft auch ist mir, Oder wölbt Nein, nein! . . Chr. Morgenstern
TOEN HET LEVEN VOL WAS BESTOND ER GEEN
GESCHIEDENIS In de tijd toen het leven op aarde volmaakt
was, schonk niemand enige aandacht aan knappe lieden noch werd een bekwaam man
onderscheiden. De heersers waren als de hoogste takken der bomen en het volk was
als herten in het woud. De mensen waren oprecht en goed, zonder te beseffen dat
zij 'hun plicht deden'. Zij hielden van elkaar en wisten niet dat dit
'naastenliefde' was. Zij bedrogen geen mens en wisten niet dat zij daarom 'bet Uit: De weg van Tswang-Tze – Thomas Merton
De aan Hesiodus (8e eeuw v.C.) toegeschreven Werken
en dagen en de Theogonie
behoren met de Homerische geschriften tot de vroegste geschreven bronnen van de
oudheid. Ze zijn ontstaan uit een (veel) oudere mondelinge traditie. Van een
historische Hesiodus is niets met zekerheid bekend, zelfs niet of hij heeft
bestaan.
Als der Meister des Lebens durch die Kraft seines Willens die
Erde geschaffen und sie mit lieblichen Gewächsen allerlei Art bepflanzt hatte,
setzte er auch ein Paar von jedem Tier darauf, die sich ungeheuer schnell
vermehrten. Ja sie vermehrten sich in kurzer Zeit so sehr, daß sich zuletzt
beinahe keins mehr satt essen konnte; Bäume und Pflanzen waren bereits kahl,
und die größten Flüsse so weit ausgetrunken, daß ein Rabe durchwaten konnte,
ohne seine Flügel zu benässen. Da sah denn der Große Geist ein, daß es anders werden müsse,
und verwandelte kraft seiner Schwarzkunst mehrere große Säugetiere in Menschen,
die, sobald sie sich auf ihren zwei Beinen sicher fühlten, gleich auf alle
anderen lebenden Geschöpfe Jagd machten. Von diesem Umstand kommt auch der Glaube der Algonkins, daß
jedes getötete Wild, ob Vogel oder Insekt, kurz nach seinem Tod als Mensch
erwacht. Quelle:
Karl Knortz, Märchen und Sagen der Indianer Nordamerikas, Jena 1871, Nr 19
IN MIJN EINDE IS MIJN BEGIN In het Begin van alle Beginnen was de Ledige Ruimte van het Ledige -het
Nameloze. En in het Nameloze was de Ene -zonder lichaam en zonder vorm. Deze Ene -dit Wezen waaraan allen hun bestaan ontlenen - is de Levende. Uit de Levende komt het Vormloze, het Ongedeelde. Uit het zijn van dit Vormloze vloeit alle Bestaan voort en ieder Bestaan naar gelang van zijn innerlijke principe. Dit is Vorm. Hier omhelst en voedt het
lichaam de geest. De twee werken tezamen als één; zij openbaren hun karakters, die in elkaar overlopen. Dit heet Natuur. Hij die de Natuur gehoorzaamt, keert via Vorm en Vormloos terug naar de
Levende. En in de Levende bevindt zich het Onbegonnen
Begin - De versmelting van het Onbegonnen Begin met de Levende is Gelijkheid. De Gelijkheid is het Ledige en het Ledige is
oneindig. De vogel opent zijn bek en zingt; daarna
sluit de bek zich weer tot stilte. Zo ontmoeten ook de Natuur en de Levende
elkaar in het Ledige. Zoals het sluiten van de vogelbek na zijn
lied. Hemel en aarde vallen samen in het Begin dat Onbegonnen is, en alles is dwaasheid, alles is onbekend, alles is als het stamelen van de gek; alles is zonder verstand! Gehoorzamen is als het sluiten van de vogelbek en terugvallen op het Onbegonnen Begin. Uit: De weg van Tswang-Tze – Thomas Merton
DE WARE MENS Wat wordt bedoeld met 'de ware mens'? De ware mensen uit de oude tijd waren niet
bang als niemand hun standpunt deelde. Geen heldendaden. Geen
plannen. Wanneer ze faalden was er geen spijt. Noch was er enig zelfbehagen bij succes. Zij beklommen klippen zonder duizelig te
worden, doken in water en werden niet nat, wandelden door vuur en verbrandden niet. Hun kennis legde de ganse weg af tot Tau. De ware mensen uit de oude tijd sliepen
zonder te dromen, ontwaakten zonder zorgen. Hun voedsel was eenvoudig. Hun ademhaling
was diep. Ware mensen ademen vanuit hun tenen, anderen
ademen vanuit hun slokdarm en stikken zowat. In discussies komen hun
argumenten naar boven als braaksel. Waar de fonteinen van de hartstocht diep liggen, staan de hemelse bronnen snel droog. De ware mensen uit de oude tijd hadden noch
lust voor het leven noch angst voor de dood. Hun entree was zonder blijheid en hun
vertrek -ginder - verliep zonder verzet. Een gemakkelijk komen en een gemakkelijk
gaan - Zij vergaten niet vanwaar zij kwamen en vroegen niet waarheen het ging, noch drongen zij zich verwoed naar voren, of
vochten zich een weg door het bestaan. Ze namen het leven zoals het viel, met blijdschap; en aanvaardden de dood als die kwam,
zorgeloos, en vertrokken naar ginds.Ginds! In hun geest was niets wat zich wou
verzetten tegen Tau. Zij trachtten niet door middel van eigen
kunnen Tau gestalte te geven. Dit zijn degenen die wij ware mensen noemen. De geest vrij, zonder gedachten, de blik
klaar, het gelaat sereen. Waren zij koel? Slechts zo koel als de
herfst - Waren zij heet? Niet heter dan de lente. Alles wat van hen uitging, kwam even rustig
als de vier seizoenen. Uit: De weg van Tswang-Tze – Thomas Merton
|
|
canandanann 04-03-06
|