kosmogonie
Start Omhoog

 

                       

Kosmogonie

Ewiges Firmament,
mit den feurigen Spielen
deiner Gestirne,
wie bist du entstanden?

Du blauer Sammet!
Welch fleißige Göttin
hat sich auf dir
mit goldnen und silbernen
Kreuzstichmustern verewigt?

Wie! oder wären
die Sterne Perlen,
tagesüber
in Wolkenmuscheln gebettet:
Aber des Nachts
tuen die Schalen sich auf,
und aus den schwarzen,
angelspottenden Tiefen empor
lachen und funkeln
die schimmernden Schätze
des Meers Unendlichkeit?

Oft auch ist mir,
ein mächtig gewölbter
kristallener Spiegel
sei dieser Himmel,
und was wir staunend
Gestirne nennen,
das seien Millionen
andächtiger Augen,
die strahlend
in seinem Dunkel sich spiegeln.

Oder wölbt
eines Kerkers bläuliche Finsternis
feindlich sich über uns?
Von ungezählten Gedankenpfeilen
durchbohrt,
die von empörter Sehne
der suchende Menschengeist
rings um sich gestreut:
Das Licht der Erkenntnis aber,
die Sonne der Freiheit,
quillt leuchtend
durch die zerschossenen Wände.

Nein, nein! . .
Mit spottenden Augen
blinzt die Unendlichkeit
auf den sterblichen Rätselrater . . .
Und dennoch
rat ich das tiefe Geheimnis!
Denn bei Phanta
ist nichts unmöglich.

Chr. Morgenstern

 

TOEN HET LEVEN VOL WAS BESTOND ER GEEN GESCHIEDENIS

In de tijd toen het leven op aarde volmaakt was, schonk niemand enige aandacht aan knappe lieden noch werd een bekwaam man onderscheiden. De heersers waren als de hoogste takken der bomen en het volk was als herten in het woud. De mensen waren oprecht en goed, zonder te beseffen dat zij 'hun plicht deden'. Zij hielden van elkaar en wisten niet dat dit 'naastenliefde' was. Zij bedrogen geen mens en wisten niet dat zij daarom 'bet rouw bare mensen' waren. Zij waren rechtschapen en wisten niet dat dit 't rouw ' heette. Zij leefden vrijelijk tezamen en namen en gaven en wisten niet dat ze edelmoedig waren. Om deze reden werden hun daden niet opgetekend. Zij maakten geen geschiedenis.

Uit: De weg van Tswang-Tze – Thomas Merton

     

kosmogonie in de klassieke oudheid 

lexicon mythologie

Das Wesen der Archonten

naviculi bacchi

 

Theogonie van Hesiodus 

De aan Hesiodus (8e eeuw v.C.) toegeschreven Werken en dagen en de Theogonie behoren met de Homerische geschriften tot de vroegste geschreven bronnen van de oudheid. Ze zijn ontstaan uit een (veel) oudere mondelinge traditie. Van een historische Hesiodus is niets met zekerheid bekend, zelfs niet of hij heeft bestaan.
De Werken en dagen is een leidraad voor het landbouwbedrijf en een daaruit voortvloeiend rechtschapen leven. Het land bewerken wordt voorgesteld als een heilige activiteit.  Meer info
theogonia: von theos (Gott) + genomenos (medial. Aoriststammpart. v. gignomai: ich werde, entstehe) > theogonia = Entstehung der Götter - Götter = (bei Hesiod:) neben den Olympiern alle Naturphänomene, auf Mensch und Natur einwirkende Mächte, Abstraktionen, auch: Gesamtheit des Kosmos >Theogonie = Kosmogonie - Meer info

 

Kosmogonie der Algonkins 

 Als der Meister des Lebens durch die Kraft seines Willens die Erde geschaffen und sie mit lieblichen Gewächsen allerlei Art bepflanzt hatte, setzte er auch ein Paar von jedem Tier darauf, die sich ungeheuer schnell vermehrten. Ja sie vermehrten sich in kurzer Zeit so sehr, daß sich zuletzt beinahe keins mehr satt essen konnte; Bäume und Pflanzen waren bereits kahl, und die größten Flüsse so weit ausgetrunken, daß ein Rabe durchwaten konnte, ohne seine Flügel zu benässen. Da sah denn der Große Geist ein, daß es anders werden müsse, und verwandelte kraft seiner Schwarzkunst mehrere große Säugetiere in Menschen, die, sobald sie sich auf ihren zwei Beinen sicher fühlten, gleich auf alle anderen lebenden Geschöpfe Jagd machten. Von diesem Umstand kommt auch der Glaube der Algonkins, daß jedes getötete Wild, ob Vogel oder Insekt, kurz nach seinem Tod als Mensch erwacht. Quelle: Karl Knortz, Märchen und Sagen der Indianer Nordamerikas, Jena 1871, Nr 19

IN MIJN EINDE IS MIJN BEGIN

In het Begin van alle Beginnen 

was de Ledige Ruimte van het Ledige -het Nameloze.

En in het Nameloze 

was de Ene -zonder lichaam en zonder vorm.

Deze Ene -dit Wezen waaraan allen hun bestaan ontlenen - 

is de Levende.

Uit de Levende komt het Vormloze, 

het Ongedeelde.

Uit het zijn van dit Vormloze vloeit alle Bestaan voort 

en ieder Bestaan naar gelang van zijn innerlijke principe. 

Dit is Vorm. Hier omhelst en voedt het lichaam de geest.

De twee werken tezamen als één; 

zij openbaren hun karakters, die in elkaar overlopen. 

Dit heet Natuur. Hij die de Natuur gehoorzaamt, 

keert via Vorm en Vormloos terug naar de Levende.

En in de Levende bevindt zich het Onbegonnen Begin -

De versmelting van het Onbegonnen Begin met de Levende is Gelijkheid. 

De Gelijkheid is het Ledige en het Ledige is oneindig.

De vogel opent zijn bek en zingt; daarna sluit de bek zich weer tot stilte.

Zo ontmoeten ook de Natuur en de Levende elkaar in het Ledige.

Zoals het sluiten van de vogelbek na zijn lied.

Hemel en aarde vallen samen in het Begin dat Onbegonnen is, 

en alles is dwaasheid, alles is onbekend, 

alles is als het stamelen van de gek; 

alles is zonder verstand!

Gehoorzamen is als het sluiten van de vogelbek 

en terugvallen op het Onbegonnen Begin.

Uit: De weg van Tswang-Tze – Thomas Merton

 

 

DE WARE MENS

Wat wordt bedoeld met 'de ware mens'?

De ware mensen uit de oude tijd waren niet bang als niemand

hun standpunt deelde. Geen heldendaden. Geen plannen.

Wanneer ze faalden was er geen spijt.

Noch was er enig zelfbehagen bij succes.

Zij beklommen klippen zonder duizelig te worden, doken in water en werden niet nat,

wandelden door vuur en verbrandden niet.

Hun kennis legde de ganse weg af tot Tau.

De ware mensen uit de oude tijd sliepen zonder te dromen, ontwaakten zonder zorgen.

Hun voedsel was eenvoudig. Hun ademhaling was diep.

Ware mensen ademen vanuit hun tenen, anderen ademen vanuit hun slokdarm

en stikken zowat. In discussies komen hun argumenten naar boven als braaksel.

Waar de fonteinen van de hartstocht diep liggen, staan de hemelse bronnen snel droog.

De ware mensen uit de oude tijd hadden noch lust voor het leven noch angst voor de dood.

Hun entree was zonder blijheid en hun vertrek -ginder - verliep zonder verzet.

Een gemakkelijk komen en een gemakkelijk gaan -

Zij vergaten niet vanwaar zij kwamen en vroegen niet waarheen het ging, 

noch drongen zij zich verwoed naar voren, of vochten zich een weg door het bestaan.

Ze namen het leven zoals het viel, met blijdschap; 

en aanvaardden de dood als die kwam, zorgeloos,

en vertrokken naar ginds.Ginds!

In hun geest was niets wat zich wou verzetten tegen Tau.

Zij trachtten niet door middel van eigen kunnen Tau gestalte te geven.

Dit zijn degenen die wij ware mensen noemen.

De geest vrij, zonder gedachten, de blik klaar, het gelaat sereen.

Waren zij koel? Slechts zo koel als de herfst -

Waren zij heet? Niet heter dan de lente.

Alles wat van hen uitging, kwam even rustig als de vier seizoenen.

Uit: De weg van Tswang-Tze – Thomas Merton

 

 
                           

  canandanann  04-03-06

 

18983_posterpreview.jpg (25912 bytes)